Je bent hier: Home >> Actueel >> Debat integratie lwoo en pro in passend onderwijs

Debat integratie lwoo en pro in passend onderwijs

Vestiging: Algemeen

11-03-2015

Op 4 maart sprak de Tweede Kamer over het wetsvoorstel van het kabinet om leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) te integreren in het stelsel van passend onderwijs. De focus lag hierbij vooral op de gevolgen van dit wetsvoorstel voor het praktijkonderwijs.

Met het wetsvoorstel zouden de samenwerkingsverbanden vo verantwoordelijk worden voor de toewijzing van leerlingen naar het lwoo en pro en de bijbehorende budgetten. Zij beoordelen dan of een leerling voldoet aan de criteria om te worden toegelaten tot het lwoo of pro en geven - indien dit het geval is - de toelaatbaarheidsverklaringen uit. De 16 regionale verwijzingscommissies (RVC’s), die nu nog verantwoordelijk zijn voor de toewijzing van leerlingen naar het lwoo en pro, zouden dan worden opgeheven.

Staatssecretaris Dekker streeft er ook naar om de landelijke criteria voor toewijzing naar het lwoo en pro vanaf 1 augustus 2018 los te laten. Dit zou betekenen dat de samenwerkingsverbanden vanaf die datum zelf toewijzingscriteria voor lwoo en pro kunnen formuleren. Vanaf 1 januari 2016 moet al een opting-out mogelijkheid in werking treden: als alle schoolbesturen van het betreffende samenwerkingsverband het ermee eens zijn, kan het samenwerkingsverband dan zelf al bepalen welke toelatingscriteria gelden.

Gevolgen voor praktijkonderwijs

De PvdA en SP toonden zich in het debat huiverig voor de effecten van deze kabinetsplannen. Hierbij lag de focus met name op het praktijkonderwijs. De PvdA diende een amendement in voor het behoud van de landelijke criteria voor pro en waarin het afwijken van deze criteria in de overgangsfase naar 2018 (opting out) onmogelijk wordt gemaakt. De partij vreest dat als de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk worden voor de toewijzing van leerlingen naar het lwoo en pro en de criteria hiervoor gaan bepalen, dit perverse prikkels met zich meebrengt. Omdat het pro goedkoper is dan het vso, bestaat bijvoorbeeld de zorg dat vso-leerlingen in het pro ‘gedumpt worden’.

De VO-raad benadrukt dat het praktijkonderwijs een succesformule is en dat onderzocht moet worden of – met dit wetsvoorstel van het kabinet – niet juist ook andere leerlingen (bijvoorbeeld van het vso of vmbo-bb) van deze vorm van onderwijs kunnen profiteren. We zijn er voorstander van om eerst via experimenten met opting out alle effecten van het loslaten van de landelijke criteria (positief en negatief) te onderzoeken. Pas daarna (in 2016) kan een gefundeerde beslissing over het loslaten van deze landelijke criteria worden genomen. De staatssecretaris heeft in het debat toegezegd om de vinger aan de pols te houden en pas in 2016 een beslissing te nemen over de criteria.

D66 diende een amendement in dat onder meer regelt dat pro-scholen die onderdeel zijn van een groter bestuur instemming moeten kunnen verlenen aan het besluit van het samenwerkingsverband om tot opting out over te gaan. De VO-raad, die ook de belangen van het praktijkonderwijs behartigt, erkent dat het belangrijk is dat bij de beslissing om tot opting out over te gaan goed naar de scholen voor praktijkonderwijs wordt geluisterd.

Op dinsdag 10 maart wordt gestemd over de moties en amendementen.

Bron: www.vo-raad.nl